maandag 9 februari 2015

Passer sneuperi

Zo nu en dan gebruik ik bij de Nederlandse naam van plant of dier ook de wetenschappelijke naam.  Alle bekende en beschreven organismen  hebben meestal een naam in de landstaal en vaak ook één  of meer volksnamen. Daarnaast  een wetenschappelijke dubbele naam, die geschreven is in het Latijn. Bijvoorbeeld  de Spreeuw z'n wetenschappelijke naam is Sturnus vulgaris. Die is over de hele wereld dezelfde, zodat ze in Peru of Nieuw Zeeland weten dat het om die vogel gaat. De eerste naam is de familienaam ( heeft niets te maken met man/vrouw) en de tweede de soortnaam. De zeldzame Roze Spreeuw heet Sturnus roseus. Sturnus geeft de familie aan,  vulgaris en roseus de soortnaam. De ontdekker van een nieuwe soort beschrijft deze in de literatuur en geeft plant of dier een wetenschappelijke naam. Uiteraard ontstaan hierover vaak discussies met collega’s. 
Het gebeurt niet zo vaak dat er een nieuwe familie ontdekt wordt, die naam ligt dus meestal wel vast. De tweede naam is vaak  kunstmatig potjeslatijn, vulgaris betekent “gewoon” en roseus moet op  “roze” lijken. Die tweede soortnaam kan overal vandaan komen: onze Kolgans heet Anser albifrons, de soortnaam hier betekent “wit front”. De kol rond de snavel is inderdaad wit. De Nijlgans heet Alopochen aegyptiacus, uit Egypte dus. De Koolmees is Parus major (groter) en de Pimpelmees heet Parus caeruleus ( blauwachtig).
Bij de Larus argentatus smithsonianus, de Amerikaanse Zilvermeeuw ( een ondersoort van onze Zilvermeeuw), is de ondersoortnaam afkomstig van het Smithsonian-instituut in Amerika. Soms wordt een bekend vogelkundige of plantkundige “vernoemd”. Cygnus beweckii ( Kleine Zwaan) naar Bewick (1753-1828), een beroemde houtgraveur en vogelkundige uit Engeland. Het Brandkruid, waar ik enkele weken geleden over schreef, 
heet Phlomis russelliana ( naar Russell, Duke of Bedford). Mijn leraar-biologie, D.T.E van der Ploeg,  op de Kweekschool was een bekend florist en publiceerde veel artikelen in Gorteria.  Zo nu en dan ontdekte hij een nieuwe soort en beschreef die. Of hij hetzelf voorgesteld  heeft of een mede-florist, maar de nieuwe Taraxumsoort  (een paardebloem) die hij ontdekte heette Taraxum ploegi.
Ik stel me voor:  ik ontdek op een verlaten eiland in de Vinkeveense Plassen een nieuw soort mus . Hij lijkt op een Huismus ( Passer domesticus) maar heeft een zwart petje ( zie foto). Ik beschrijf de nieuwe soort en noem 'm Passer sneuperi . Goed toch!





Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen