vrijdag 17 augustus 2018
donderdag 16 augustus 2018
Doortrek Lepelaars
Overal uit het land komen momenteel waarnemingen van Lepelaars (zie kopfoto). Het broedseizoen is voorbij en ze zijn aan het opvetten, voordat ze beginnen aan de grote reis naar West-Afrika ( Banc d'Arguin voor de kust van Mauretanië is een belangrijke overwinteringsplaats). Dat opvetten gebeurt vooral in het Waddengebied en de Zeeuwse Delta. Waarnemingen van 100 vogels per keer zijn geen uitzondering. Zo zag ik een dergelijke waarneming bij de Eemhaven, in de Biesbosch, bij Everdingen langs de Lek en in de Delta. Hier zullen ongetwijfeld Lepelaars uit noordelijke landen bijzitten, maar Nederland wordt een steeds belangrijker broedgebied.
Verder overal in het land waarnemingen van kleine groepjes ( Waverhoek, De Groene Jonker) of solitaire vogels. Ze doen rustig aan, op doortrek naar het zuiden.
De Lepelaar is één van de weinige broedvogels die in aantal vooruit gaan: in 1968 hadden we een dieptepunt van maar 160 broedparen, nu zit het aantal tussen de 3.000 en de 3.500. Die doen het goed. In de Kloosterkolk van de Botshol zit elk jaar een kleine kolonie van rond de 30 paar. De Waverhoek is hun foerageergebied.
Altijd even kijken met de kijker of telescoop of ze ook gekleurde pootringen hebben. Verschillende landen hebben verschillende kleurencombinaties. ( Zie foto hierboven) Kijk maar eens op de Lepelaar-website. Aflezingen van kleurringen bij lepelaars kun je doorgeven aan petra@nioz.nl
woensdag 15 augustus 2018
Paardenbijter ♀ ( Aeshna mixta)
Nog een Geleedpotige: een libel ( en niet libelle leerde mij Bert V. de oud-hoofdredacteur van RondUit) en wel de Paardenbijter ♀. Het is wat drukker in de tuin met rondvliegende insecten, veel vlinders momenteel, maar alleen maar witjes. Klein Geaderd Witje voert de troepen aan. Ook libellen zien we wat meer. Vaak even uitrustend op dezelfde plek, daar moet je gebruik van maken als fotograaf. Hier een vrouwtje Paardenbijter, een pracht beest.
De naam Paardenbijter heeft deze glazenmaker ( de libellen-familie Aeshna)) te danken aan het jachtgebied. Ze bijten geen paarden maar jagen wel op insecten die in de buurt van dieren voorkomen. Het lijkt alsof ze deze dieren bijten. Overigens, libellen bijten niet als verdediging. Hun larven in de sloot hebben enorme uitschuifbare kaken waarmee ze hun prooi pakken.
Een opvallend kenmerk van de Aeshna's zijn de elkaar over een grote afstand rakende ogen. Bij andere grote libellen is dit veel korter.
dinsdag 14 augustus 2018
Kleine Vuurvlinder
Ook bij deze vlinder kwam ik er niet uit. Het hele Dagvlinderboek doorgeworsteld, maar nergens een blik van herkenning. Toen toch maar weer Naturalis op waarneming.nl geraadpleegd en die kwam razendsnel met : Kleine Vuurvlinder. Juist. De Kleine Vuurvlinder in het vlinderboek is veel donkerder dan deze. Misschien is het een afgevlogen beestje. Vloog op het drooggevallen en weer wat begroeide plasdras in Demmerik. Het is een algemeen voorkomende soort, maar je moet er wel tegen aanlopen. En dan maar afwachten of het zijne hoogheid behaagd ergens te gaan zitten, en dan naderbij sluipen om een foto te nemen. Hetgeen lukte.
maandag 13 augustus 2018
Bosruiter (Tringa glareola)
Een steltlopertje dat onopvallend z'n gang gaat is de Bosruiter. Er zitten er altijd wel een paar in bijvoorbeeld de Waverhoek, maar je moet echt zoeken. Een maand terug had ik er 6, de laatste weken worden alleen maar solitairen gemeld. Maar ongetwijfeld zitten er meer.
Niet zo druk als een Tureluur, de Groenpootruiter laat zich graag horen met z'n tjuu-tjuu-tjuu, een Zwarte Ruiter is omstreeks deze tijd nog behoorlijk zwart. Kortom dit is een onopvallend ruitertje.
De Bosruiter heeft een duidelijke wenkbrauwstreep, heeft grote lichtere vlekken op de bovendelen en de staartveren zijn fijn gebandeerd.
Deze ruiter is hier op doortrek, hij broedt in Skandinavie en Noord-Rusland en overwinter in tropisch Afrika en Zuid-Azie.
Op de website van Vogelbescherming ( zoeken Bosruiter, aanklikken geluid) kun je Bosruiter horen, ik kan het geluid moeilijk nadoen omdat het zo eenvoudig is, vind ik.
vrijdag 10 augustus 2018
Lampenpoetser, Tuitenragger, Kannenwasser
Vorig jaar nog geen lisdodde te zien, nu verschillende planten in één van de natuurvriendelijke oevers. Bij deze oever is de grond niet verwijderd, maar alleen afgeschoven het water in. Dat is te zien aan de plantengoei, die is rijkelijk. Het kan snel gaan ook met zo'n bijna manshoge plant. Dit is de Grote Lisdodde.
De bruine aar is ♀ en bestaat uit zaden. In de loop van de winter en volgend voorjaar gaat het zaadpluis pluizen en wordt graag gebruikt door vogels om een nest mee te maken. Aan het stokje boven op de vrouwelijke aar heeft de ♂ aar gezeten bestaande uit allemaal meeldraden. Maar is hier al afgevallen.
Als kind "rookten" we de bruine rietsigaar, dat stonk uren in de wind. Op 17 maart 2015 heb ik ook al over de Grote Lisdodde geschreven.
Goed weekeinde en maar veel regen, goed voor de tuin.
donderdag 9 augustus 2018
Eindelijk
Ik heb nu, 17.00 uur, nog geen donderslag gehoord, misschien is het onderweg, maar het heeft in iedere geval geregend: EINDELIJK. Een paar buitjes om het stof af te spoelen. Voorlopig hebben de planten een grote waterachterstand. Hoe de tuinmensen dat berekenen weet ik niet maar ik snap het wel.
De regendruppels blijven zo mooi lang liggen op de bladeren van de Vrouwenmantel, ik heb me daar wel vaker over verbaasd. Ik denk dat het met de beharing te maken heeft. Mij viel nu wel op dat er geen druppels te zien waren op de oudere bladeren! Hoe kan dat? Minder beharing door de ouderdom of door de droogte?
Abonneren op:
Posts (Atom)

