woensdag 7 oktober 2026

Groene Schildwants


 In mijn tuin de meest voorkomende wants, nu op de schuur. Meestal zitten ze in de Kornoelje, deze zwierf wat rond. Komt veel voor maar je moet geluk hebben er één te zien.

Deze wants behoort tot de Heminoptera ( Halfvleugeligen) net zoals de Bladluizen, Cicaden, Deze Halfvleugeligen  vormen weer een groep van de Insecten (Insecta). 


dinsdag 6 oktober 2026

Mist


Vanochtend alles potdicht door de mist. Hier het fietspad langs Molenland.
 

maandag 5 oktober 2026

Nieuwe soort: Kleine Vuurvlinder.


Nieuwe soort voor mij, de Kleine Vuurvlinder. Ik wandelde op de Boterwal, Butterdyck zeiden ze een paar eeuwen terug,  en zag twee kleine, op groter micro-formaat rond dartelen. Alleen aandacht voor elkaar. maar voordat ik de camera had ingesteld was er weer één vertrokken. Dan maar de ander die was blijven zitten. Voordat ik de determinatie-computer raadpleegde eerst aan de hand van een vlinderboek geprobeerd op naam te brengen. Ik begon achterin, waarom ??, en werkte naar voren. Helemaal voorin kwam ik eindelijk waar ik moest zijn, de Vuurvlinders. Het was de Kleine Vuurvlinder. De computer gaf me gelijk. Ik moet zeggen dat de foto beter, dus mooier,  de  donkere delen weergaf als  het boek. Opmerking Rode Lijst: Overal thans niet bedreigd. 

Op mijn laatste Vlinderstruikbloemen zaten zowaar ook weer twee Argusvlinders. Precies dezelfde tijd als vorig jaar. 

Op de Boterwal maak je kennis met het leven van de boer: een Koe in de sloot wordt er met behulp van een trekkertje uitgetrokken. Zie foto:

      




 


zaterdag 3 oktober 2026

Dikrandtonderzwam 3


 In het verborgene, de zegge en de courgette groeien eroverheen, ontwikkelt zich nog steeds de Dikrandtonderzwam. Op 7 september schreef ik er de laatste keer over, de paddenstoel is doorgegroeid, geen afbraakverschijnselen zoals bij de Intzwam, zie vorige week, Hoewel bovenop een stobbe groeit hij zo langzamerhand normaal uit, d.w.z. bruin boven en wit onder zoals alle andere tonderzwammen. Het lichtbuinere steeltje onderaan is de echte steel waarmee de paddenstoel vastzit..In dit geval op een horizontale ondergrond. Ben benieuwd hoe lang deze paddenstoel dit volhoudt.

vrijdag 2 oktober 2026

Opwarmen in de ochtendzon.


 Een Struiksprinkhaan laat zich opwarmen door de ochtendzon, zoals vele insecten doen. Een periode van rust, stil zitten op een blad of de deur van mijn schuurtje om de juiste lichaamstemperatuur te krijgen. Ik vraag me af hoe de sprinkhaan zo hoog is geklommen , of gesprongen. Waarschijnlijk aangetrokken door het schuurlicht. 

Maar als je goed kijkt en telt kom je  tot de ontdekking dat hij de rechterachterpoot mist. Hoogstwaarschijnlijk een  springpoot. De linker is ook dik dus ook gespierd denk ik.  Het is een mannetje want hij heeft een bruine streep over het achterlijf. Twee kleine bruine vleugeltjes en voorop twee ogen.

Om de springvaardigheid te toetsen heb ik de sprinkhaan gekieteld met een stengel  bieslook. Hij sprong niet,  maar verschoof al lopend. En toen kwam de ramp: hij verloor het contact met het hout en viel. Hij viel midden in een web van een Kruisspin. Die sliep niet en ging gelijk de sprinkhaan inkapselen met web. Ik voelde me wel schuldig maar het had geen zin een poging te doen om de sprinkhaan te redden. 

Na de inkapseling ging de spin eerst het web herstellen en toen pas de sprinkhaan volspuiten met gif. Zielig. 



donderdag 1 oktober 2026

Smalle Randwants

Niet alleen Honingbijen deden zich tegoed aan de nectar en  stuifmeel van de Klimop, ook andere Geleedpotigen smulden ervan. Alleen het viel niet zo op. Ook een enkele wants zocht het voedsel, dit is de Smalle Randwants. De meeste wantsen zie ik in de Gele  Kornoelje deze was enigszins verdwaald, of niet ? 

Herkenbaar aan de smalle lichaamsbouw, aan de hoekige schouders en de poten en dijen hebben dezelfde kleur. Bij wantsen ook vaak anders.  Ze doen geen cent kwaad en zoeken  in de herfst en de winter de huizen op om te overwinteren.
 

woensdag 30 september 2026

De eerste Smienten


 Enkele tientallen Smienten hebben weer de sprong uit het noorden aangedurfd,  ik zag ze weer in de Bovenlanden, het  bekende Smientenwinterkwartier in deze omgeving. Ze komen uit het hoge noorden en West-Siberie. Onze weilanden zijn voor ze een lekkernij, mals gras dat ze graag lusten.  Op de foto vooral mannetjes in eclipskleed. Dat kleed krijgen ze na de broedtijd en is donkerbruin gekleurd. Vrouwtjes hebben dit kleed niet, het blijven vrouwtjes. Het begin van het eclipskleed kondigt zich aan door het verlies van  alle slagpennen. Ze kunnen dan  een korte periode niet vliegen ( Onze Wilde Eenden ook) Als ze hier komen hebben ze de slagpenrui al gehad, vliegen kunnen ze als de beste. Ze kleuren verder uit en krijgen dan ook de bekende smalle felgele kopstreep. Ik zag er al één met zo'n streep.

Ondanks de grote aantallen in de winter blijven er in het voorjaar maar weinig hier om te broeden. Het gaat om 20-40 broedparen. De winteraantallen daarentegen zijn enorm: rond de 900.000 Smienten overwinteren in ons land. Ze voeden zichzelf en de boeren die met een zwerm Smienten op zijn land zit kan daar dan ook een vergoeding voor krijgen.