Zij zijn er ook weer: Slobeenden. In de winter hier en daar losvliegend nu in het voorjaar gepaard. De grotere slobbersnavel valt op , het vrouwtje heeft de bekende vrouwtjeseend veren ( met schutkleur) en het mannetje een hagelwitte borst met daaronder een bruin lijf. En een groene kop.
Ik heb elk jaar wel een paartje Slobeend aan het broeden. Maar het is een hele kunst de plaats van het nest te vinden. Ze bouwen het nest namelijk niet langs de slootkant maar midden op het weiland. De aanwezigheid wordt door het mannetje verraden, ze zwemt zenuwachtig en zeer attent in de sloot. Gaat op een gegeven ogenblik op de vleugels en gaat in cirkels om je heen vliegen. Dan weet je hier is een nest maar waar? Moet je dat weten? Nee , niet direct maar als je weet dat er een paar dagen later gemaaid wordt en je niet wil dat het vrouwtje uitgemaaid wordt moet je maatregelen nemen. Ontdek het nest. Ik heb wel eens het hele weiland afgezocht met een paar neststokken in beide handen opzij, in de hoop dat je het vrouwtje van het nest jaagt, Anders is het een verloren zaak. Als je tijd hebt kun je ook net zo lang wachten totdat je het vrouwtje na foerageren naar het nest ziet terug sluipen. Een broedende Slobeend kost je handenvol tijd, maar het is wel spannend,