Een Struiksprinkhaan laat zich opwarmen door de ochtendzon, zoals vele insecten doen. Een periode van rust, stil zitten op een blad of de deur van mijn schuurtje om de juiste lichaamstemperatuur te krijgen. Ik vraag me af hoe de sprinkhaan zo hoog is geklommen , of gesprongen. Waarschijnlijk aangetrokken door het schuurlicht.
Maar als je goed kijkt en telt kom je tot de ontdekking dat hij de rechterachterpoot mist. Hoogstwaarschijnlijk een springpoot. De linker is ook dik dus ook gespierd denk ik. Het is een mannetje want hij heeft een bruine streep over het achterlijf. Twee kleine bruine vleugeltjes en voorop twee ogen.
Om de springvaardigheid te toetsen heb ik de sprinkhaan gekieteld met een stengel bieslook. Hij sprong niet, maar verschoof al lopend. En toen kwam de ramp: hij verloor het contact met het hout en viel. Hij viel midden in een web van een Kruisspin. Die sliep niet en ging gelijk de sprinkhaan inkapselen met web. Ik voelde me wel schuldig maar het had geen zin een poging te doen om de sprinkhaan te redden.
Na de inkapseling ging de spin eerst het web herstellen en toen pas de sprinkhaan volspuiten met gif. Zielig.