Ik heb een paar Krulwilgentakken weten te stekken waarbij ze na verloop van tijd wortels vormden. Ik wilde achterin de tuin weer een boom hebben en heb een wilgenstek met wortels in de grond gezet. Het werd een boompje. Niet te groot, ik houd hem kort. Gelukt. Nu het boompje de bladeren laat vallen worden op meerdere plaatsen in de boom vergroeiingen zichtbaar. Bij een andere soort boom zie je deze vergroeiingen nauwelijks of nooit. We noemen zo'n natuurlijke enting ook wel insoculatie. Hoe komt zo'n vergroeiing tot stand?
De schors ( epidermis) van een wilg is vrij zacht en teer, wanneer twee takken spontaan tegen elkaar komen ontstaat door wrijving, veroorzaakt bijvoorbeeld door de groei of door de wind, dan wordt de schors door wrijving weggesleten.
Onder de schors ligt het cambium ( deelweefsel) dat zorgt voor de diktegroei van de tak. Zodra de schors is weggesleten komen de twee cambiumlagen van de twee takken met elkaar in contact. De boom reageert op de beschadiging door extra cellen op en in de wond te vormen om de wond te beschermen. De cellen organiseren zich tot één systeem van schors, cambium (deelweefsel) houtvaten (watertransport) en bastvaten ( suikertransport). Het is dus één tak geworden, die iets verderop weer als een aparte tak verder leeft. Dit verschijnsel geeft stevigheid aan de boom.
Bijvoorbeeld bij de Maas vormden de boeren , en tegenwoordig vrijwilligers, hele heggen van levende bomen, vooral Wilgen. Er ontstonden levende heggen die als afscheiding voor vee dienden.