dinsdag 25 november 2014

Kolganzen R30 en R27


R30 lime

Zoals gister vermeld heb ik vanaf Molenland het echtpaar R30 lime en R27 lime afgelezen. Eerst niet opgemerkt omdat ze met de kont naar me toe stonden, op een gegeven moment draaien ze een keer tijdens het grazen en zie je ze. Het was toen nog een hele toer om de code af te lezen. De grote letter
is meestal een makkie, maar de twee andere letters/cijfers kosten vaak meer tijd. In gebukte houding is één van de twee vaak bedekt met veren. Ik zag een adulte vogel over een sloot vliegen en nam het jong met zich mee. Daar liep ook de partner.  Ik ben ruim een kwartier bezig geweest om de uiteindelijke code vast te stellen. Ik ben ook wel eens een half uur bezig geweest.
Over het halsringonderzoek bij ganzen schrijf ik nog wel eens.
Lime betekent lichtgroen, de meeste ringen zijn zwart met een witte letter. De codes worden ingevoerd op de "Tracking Marked Geese " website, waarbij  je voor het invoeren  wachtwoorden nodig hebt. De website geeft ook zonder wachtwoorden veel informatie.
Dit echtpaar is geringd in Maren-Kessel, Noord-Brabant. Volgens de website op 2-1-2014 maar ik heb ze al ingevoerd op 28-12-2013. Ik weet zeker dat mijn datum klopt, ik heb mijn ringboekje
geraadpleegd. Als je de invoergegevens van de  twee ringen vergelijkt kloppen de afleesplaatsen, steeds tezamen. Echter is R27 vorige week even heen en terug naar Mecklenburg, Duitsland,  geweest, in ieder geval bij Luttow afgelezen. Zal wel een foute aflezing zijn, zo'n uitstapje tussendoor, en dan ook nog alleen, is onwaarschijnlijk.
Als je geen idee hebt van de grootte van een ring kijk dan even op het logje van 14 oktober.

maandag 24 november 2014

Rondje Ronde Venen

Vanochtend weer eens de Ronde Venen rond gereden. Op zoek naar de Kolganzen. Hier en daar wat plukjes van enkele tientallen, soms wat grotere plukken van honderd, maar de grote bulk van enkele duizenden bij elkaar kreeg ik niet direct te pakken. Ze zaten dan ook nog een keer zodanig ver weg of voor mij in de richting van de zon, dat ik de halsringen wel kon vergeten. Uiteindelijk vond ik de duizenden in de Ronde Hoep, maar ver weg in het midden, op een groot stuk land dat straks onder water komt te staan. Goed voor  Smienten,   ganzen en  Kieviten. Een sublieme rustplaats ver weg van de bebouwing. In de Waverhoek weer een Kleine Zwaan, gister ook al waargenomen, veel Wintertalingen en Slobeenden en altijd maar weer  Grauwe Ganzen. De Groote Wije was bijna leeg, in het midden een paar Futen. Op weg naar polder Demmerik/Donkereind moest ik op Demmerik zelf op de rem trappen, want een gezinnetje Knobbelzwanen stak, verkeer of niet,  doodgemoedereerd over. Geen stap sneller. Op de foto een jong in het tweede jaar. Het grijze verenpak wordt langzamerhand in dit jaar wit. Er zijn al wat witte dekveren en de slag- en staartpennen ruien ook naar wit.

Langs de Ter Aase Zuwe nauwelijks ganzen. Bij de ingang van het reservaat geschreeuw van een varken: ik kon er niet direct opkomen maar natuurlijk een Waterral !
Toen ik bijna thuis was kreeg ik vanaf Molenland eindelijk halsringen te zien: het echtpaar R30 lime en R27 lime met een jong. Morgen meer hierover.
Zo straks nog even  met mijn vrouw op Bosdijk gewandeld. Heerlijk rustig. Echter toen een helicopter overkwam gingen er duizenden, echt duizenden Kolganzen de lucht in!! Ze zaten tussen Bosdijk en het Donkereind, ook ver weg. Had ik die vanochtend gemist?
 
                                                     


zaterdag 22 november 2014

Vreemde kostgangers


De Knotwilg is in onze contreien bijna een Werelderfgoed, maar helaas, het zijn vooral culturele goederen die op de lijst staan. Let eens op de wijd uitgegroeide toppen, knotten,  van de Knotwilg. Je vindt een heel scala aan planten en paddestoelen, die een plaatsje hebben gevonden bovenin. Besdragende planten, een zaadje ter plekke uitgepoept door een vogel, en paddestoelen, die als spore meegevoerd zijn met de wind en een groeiplaats hebben gevonden op de knotten van een Knotwilg, zijn de meest voorkomende huurders van een plekje op de top. Hier, op Bosdijk- Nieuwer ter Aa, een Mycena. Welke weet ik niet, er zijn veel Mycena-soorten. Prachtig vind ik  de tegenstelling tussen de fijne , ijle vormen van de paddestoel, tegenover de bonkige houten, humusrijke  knot van de Knotwilg.

vrijdag 21 november 2014

Eekhoorn 2


Hoewel weer terug op 5 meter onder NAP toch nog een foto van Sciurus vulgaris. Dat betekent zoiets als de "Gewone schaduwstaart".  De Eekhoorn zit in de schaduw van z'n eigen staart. Karakteristiek over z'n rug gelegd. In dit geval heeft 'ie geen last van de zon, hebben we de hele week niet gezien behalve vanochtend toen we vertrokken, maar op deze plaats zit de staart niet in de weg. Hij sloopt, en snoept hier van, een dennenkegel

donderdag 20 november 2014

Eekhoorns



Een paar keer per jaar pogen mijn vrouw en ik een midweekje te pakken. In alle gevallen in een bosachtige omgeving. Weer eens wat anders dan de polders van het Groene Hart. Bij thuiskomst waarderen we dan des te meer de fraaie vergezichten. In het bos genieten we vooral van de Eekhoorns, met opzet gelokt door wat voer. Meestal een foeilelijk netje met pinda's. Sinds gistermiddag krioelen er hier drie rond. Ze moeten strijd leveren met meerdere Gaaien en winnen het meestal. Ik vermoed dat de Eekhoorns afkomen op de drukte van de Gaaien en zo het voer in de gaten
krijgen. Vlug een pinda pakken en die dan
snel in de bladeren verbergen om zo een winter-
voorraad aan te leggen. Een Eekhoorn houdt geen winterslaap maar gaat in de winter van tijd tot tijd het verborgen voedsel aanspreken. Hij schijnt dan meer af te gaan op z'n reukvermogen dan op z'n geheugen. Ik heb enkele keren gezien dat een Gaai, nadat een pinda was ingegraven, deze opzocht. 

De foto's zijn door het raam genomen met de telelens, vandaar de onscherpte.
                                                                             

zondag 16 november 2014

"Zilveren waterval van glasheldere tonen"

Het riedeltje van de Roodborst is zo ingewikkeld dat de vogelboeken geen poging doen om het te "vertalen" naar fonetische woorden. Geen KOE-koe-koe-koe...roe ( van een Houtduif), geen roepie roepie (van wijlen Toon Hermans), geen kieuwíet ( van onze Kievit), geen togruttogrut ( en niet gruttogrutto, luister maar eens goed volgend voorjaar), geen  TUUtelleTIEtellitiTUUtellu  (van de Heggenmus), maar ze noemen het een parelende zang met willekeurige tempo- en volumewisselingen. Vanochtend om plm. 05.00 uur hoorde ik onze huisRoodborst weer riedelen. Het was nog pikdonker en het duurde nog een paar uur voordat het licht werd, toch wist het vogeltje dat het tijd werd  om de nieuwe dag aan te kondigen. Altijd een heerlijk geluid en een teken dat de krantenjongen er aan komt.
Grote drommen komen in de herfst uit noordelijke streken en brengen hier de winter door, of ze steeds in dezelfde tuin bivakkeren weet ik niet, ik vermoed van wel . Bekend is de sterke territoriumdrift van Roodborsten in de winter. Fanatiek verdedigen ze dat tegenover andere Roodborsten. Ze laten zich echter vaak door  grotere tuinvogels overbluffen bij de voerplek. Bescheiden proberen ze een graantje mee te pikken.
Op deze archieffoto een Roodborst in een kale boom. Het kon niet uit eigen tuin zijn want ik heb geen Naaldbomen.Rechtsboven zie je een Dennennaald hangen. Via de datum , de EXIFgegevens ( foto met mijn camera gemaakt) kon ik in het vakantiefoto-archief achterhalen dat deze Roodborst in Groesbeek is gefotografeerd , vroeger meermalen in de herfst onze vakantieplaats.




P.S. de komende dagen zullen we doorbrengen op 28 meter boven NAP. Misschien lukt het een weblogje schrijven.